Een kudde die haar eigen weg kiest

Het is een zonnige oktoberdag in de Maashorst als we met kuddebeheerder Marit Hidding op zoek gaan naar de Exmoorpony’s. Verspreid over het gebied staan kleine groepjes te grazen. Een merrie met een veulen, een jaarling die wat verderop loopt en een hengst die rustig tussen de andere dieren staat.

Op het eerste gezicht gebeurt er weinig. Maar wie wat langer kijkt, ziet dat de kudde voortdurend bezig is. Dieren zoeken elkaar op, houden afstand, corrigeren elkaar en bewegen steeds weer verder.

“Als je ze die ruimte geeft, gaan ze eigenlijk vanzelf weer veel meer doen wat wilde paarden doen”, vertelt Marit. En precies dat is waar het volgens haar om draait: de Exmoorpony weer de ruimte geven om zelf paard te zijn.

Kuddebeheerster Marit Hidding kan honderduit vertellen over ‘haar’ Exmoors

Terug naar het oerpaard

De Exmoorpony komt oorspronkelijk uit het Engelse Exmoor. Waarschijnlijk is het ras een directe nazaat van het West Noordelijk Europese oerpaard. De skeletten van Exmoors komen grotendeels overeen met die van het uitgestorven oerpaard. Iets wat bijvoorbeeld opvalt is dat de Exmoors een hele primitieve kaak hebben met rechte tanden. Daardoor krijgen ze geen tandproblemen. “Het is gewoon een heel mooi oerpaardje” , zegt Marit trots.

Van uitsterven gered

Tijdens de oorlogsjaren liep het aantal Exmoors sterk terug. Door hongersnood werden veel wilde pony’s gedood en het ras kwam dicht bij uitsterven. Een fokprogramma en stamboek wisten de Exmoor voor uitsterven te behoeden. Maar die redding had ook een keerzijde. Omdat er nog maar weinig dieren waren, werd de fokkerij heel strikt gestuurd; 1 hengst, een groepje merries en de veulens werden weggehaald bij de moeder. Het ging heel erg naar fokgroepen in plaats van wild levende dieren met sociale groepen.

“Binnen ons werk proberen we dat juist weer om te buigen”, vertelt Marit.  Er lopen in ons land inmiddels enkele honderden Exmoor pony’s. Grazelands Rewilding is met bijna 400 Exmoors, veruit de grootste eigenaar. “Met ons werk in grote natuurgebieden geven wij de dieren weer ruimte om hun eigen sociale structuur te vormen. Als er voldoende genetische variatie is, mogen de dieren zelf bepalen met wie ze samenleven, welke hengst een groep vormt en wanneer jonge dieren vertrekken. Als je ze die kans geeft, zie je dat wilde gedrag eigenlijk heel snel weer terugkomen.”

Een sleutelsoort voor de natuur

Paarden waren van oorsprong onderdeel van het Europese landschap. Net als grote grazers in andere delen van de wereld beïnvloedden ze met hun graasgedrag de vegetatie en daarmee talloze andere soorten. Juist daarom ziet Marit de Exmoor niet alleen als een mooi paard, maar als een belangrijke grazer.

“Het paard kwam hier vroeger ook voor. Het was echt een grazer en daarmee een sleutelsoort voor de natuur.”

Exmoors zijn bovendien zelfredzaam. Ze kunnen jaarrond buiten leven en hebben weinig nodig. Problemen met tanden of hoefbevangenheid komen nauwelijks voor. Ook voedselarme omstandigheden zijn geen probleem. Dat maakt ze volgens Marit heel geschikt voor natuurbegrazing. “Het zijn paarden die heel goed van weinig goed kunnen leven.”

Anders grazen dan runderen

Aan de rand van een open grasland staat een groep pony’s dicht bij elkaar te eten. Hun hoofden bewegen laag over de bodem. Het verschil met runderen is direct zichtbaar. Runderen grazen met hun tong, terwijl paarden het gras met hun tanden afbijten.

“Paarden eten veel meer gras en grazen dat veel korter af. Daardoor ontstaan er plekken waar andere soorten weer van kunnen profiteren. De combinatie is juist zo interessant. Je krijgt een heel ander landschap met paarden én runderen dan met alleen paarden of alleen runderen. Meer variatie in de vegetatie betekent uiteindelijk ook meer bloemen, insecten en vogels.”

Een pony die bijna verdwijnt in het landschap

Tussen de bomen spotten we een kleine kudde. Hun donkere benen, manen en staart vallen nauwelijks op tegen de achtergrond. De kleur is kenmerkend voor de Exmoor. Net als de zogenaamde toad eye: een verdikking boven het oog die helpt om regen uit de ogen te houden.

Ook de vacht is aangepast aan het buitenleven. Exmoors hebben een korte ondervacht en een langere bovenvacht die water goed afvoert. In de winter kan de buitenste laag zelfs bevriezen.

Marit licht toe: “Dan zie je echt ijsklontjes aan die haren op de rug zitten. En dat is een goed teken, want dat betekent juist dat ze de warmte goed vast houden in hun lichaam.”

Kou, regen en wind zijn voor deze pony’s dus geen reden om naar binnen te gaan. En ook warme zomerdagen kunnen ze prima aan. “Als ze een poel hebben, gaan ze daar gewoon lekker in liggen rollen om af te koelen.”

Een kudde vol familiebanden

Verderop staat een groepje Exmoors bij elkaar. Een hengst, twee merries, twee veulens en twee jaarlingen. De dieren lijken los van elkaar te staan, maar volgens Marit is de onderlinge band sterk.

“Wij bemoeien ons niet over wie bij wie gaat staan. Een merrie en een hengst kiezen elkaar en blijven eigenlijk voor het leven bij elkaar.  Een van de deze jaarlingen is ook een hengst, maar die blijft tot 2 jaar gewoon bij deze groep. Mits hij zich gedraagt, want alleen dan zal de dominante hengst de jongere hengst blijven verdragen.  Jonge hengsten leren dus binnen de sociale structuur hoe ze zich moeten gedragen. Als ze te ver gaan, worden ze gecorrigeerd door volwassen paarden. Een jonge hengst die begint te puberen en te bijten of te schoppen, krijgt echt wel een volwassen merrie op zijn dak. Dit corrigeren heeft nog een functie; een vervelende hengst wordt namelijk niet gekozen door de merries, dus alleen een ‘net opgevoede man’ die krijgt de vrouwen.”

Dit sociale gedrag is volgens Marit precies wat er ontbreekt wanneer jonge hengsten te vroeg van hun moeder worden gescheiden en vervolgens door mensen worden opgevoed.”Eigenlijk is een paard de enige die een paard echt goed kan opvoeden.”

Hengsten en harems

Wanneer jonge hengsten ouder worden, vertrekken ze uiteindelijk uit hun geboortegroep. Vaak vormen ze eerst een groep met andere jonge hengsten. Pas rond hun vierde of vijfde jaar zijn ze oud en sterk genoeg om zelf een belangrijke rol in een harem te spelen en winnen ze een merrie voor zich. De natuur regelt dat dit altijd een merrie is die niet genetisch verwant is.

Een harem hoeft bovendien niet altijd een afgesloten groep te zijn. Op open plekken kunnen verschillende groepen elkaar ontmoeten. Soms staan er tientallen paarden dicht bij elkaar, terwijl er sociaal gezien meerdere harems zijn. “Ook dat is mooi kuddegedrag. Ze kunnen prima apart leven, maar als er bijvoorbeeld gevaar dreigt, dan telt het aantal en zoeken ze elkaar op.”

Een broer of zus als tweede paar ogen

Veulens blijven tot ongeveer twee jaar bij hun moeder. Maar moeder is zeker niet de enige die zich met het jonge dier bezighoudt. Oudere broers en zussen (jaarlingen) spelen een belangrijke rol in de opvoeding. Ze lopen mee, spelen met het veulen en blijven in de buurt terwijl de moeder rustig kan grazen.

Marit maakte dat zelf op een bijzondere manier mee tijdens een van de eerste weken dat ze in De Maashorst werkte. Tijdens een controlerondje trof zij een pasgeboren veulen aan en bleef staan kijken. De merrie kwam naar voren en ging precies tussen Marit en het veulen staan. Achter de merrie sloot een jaarling aan.

“De moeder blokkeerde mij gewoon. Achter haar loodste de jaarling het veulen van mij vandaan. Toen ze ver verwijderd waren, draaide de moeder zich om en liep rustig achter hen aan. Een prachtig voorbeeld van hoe dat werkt in een wilde kudde!”

Vrije veulens

Marit kan intens genieten van het observeren van de dieren. Het levert prachtige taferelen op. “Ik zag laatste een jong veulen door het bos rennen. Vol enthousiasme ging het over boomstronken heen, struikelde bijna en rende vervolgens gewoon verder. Die jonge dieren voelen geen enkele beperking; geen stal, geen hekwerk waar ze binnen moeten blijven en geen mens die bepaalt wanneer ze mogen spelen. Ze hebben een moeder, broers, zussen en de rest van de kudde om zich heen die een oogje in het zeil houden.”

Een veulen kan ook onbezorgd midden in het gras gaan liggen slapen. De moeder graast in de buurt en houdt een oogje in het zeil. “Dan krijgen we soms meldingen dat er een dood veulen ligt. Maar zo’n veulen ligt gewoon heerlijk plat te slapen.”

Sterke dieren vragen om terughoudend beheer

Voor Marit betekent natuurbegrazing niet dat ze de dieren voortdurend moet helpen. Integendeel. Tijdens haar rondes probeert ze alle dieren te zien. Is iedereen er? Ziet iedereen er goed uit? Loopt een dier anders dan normaal? Pas als er echt iets aan de hand is, grijpt ze in. Dat kan lastig zijn, want Exmoors zijn sterke dieren en laten pijn niet snel zien.

Volgens Marit hoort bij natuurbegrazing dat je niet alles wilt oplossen, maar ruimte geeft aan natuurlijke processen. Zoals  een moeder die na een dood geboren veulen de tijd krijgt om afscheid te nemen.

“Dat was natuurlijk verdrietig. Maar ze was nog niet klaar om afscheid te nemen. En dan is het mooi dat je haar die tijd kunt geven. Of een kreupel paard. Dat hoeft niet automatisch naar een stal. Soms is rust juist de beste behandeling. En die vinden ze het beste in hun eigen vertrouwde omgeving.”

Een landschap vol leven

Het graaswerk van de pony’s werpt zijn vruchten af. Kruiden en bloemen krijgen meer ruimte. Dat trekt weer insecten en vogels aan.

In de Maashorst zien we sinds een paar jaar weer raven. De soort is in Nederland lange tijd zeldzaam geweest, maar hier leven meerdere koppels. Het zijn opvallend sociale en intelligente vogels. Rond deze tijd van het jaar kunnen ze prachtig baltsen: samen vliegen, draaien, lussen maken en zich ineens naar beneden laten vallen.

Het is nog zo’n moment waar Marit van geniet. Even niet alleen kijken of alle dieren er zijn, maar bewust kijken naar de omgeving. “Dan denk ik: ik wil ook zo kunnen dansen door de lucht.”

Samen werken aan de Exmoor

Marit is ook betrokken bij het Samenwerkingsverband Exmoorpony’s. Daarin werken mensen en organisaties samen aan het behoud van het ras en aan een toekomst voor de Exmoor als zelfstandig levend natuurdier.

Het stamboek speelt daarin een belangrijke rol. Door afstamming vast te leggen, blijft de genetische achtergrond van de dieren inzichtelijk. Marit is zelf keurmeester en beoordeelt of dieren in het stamboek kunnen worden opgenomen.

Maar de samenwerking gaat verder dan registratie. “Het gaat ook om communicatie en beeldvorming. En eigenlijk willen we allemaal weer terug naar dat oerpaard, levend in natuurlijke kuddes, waarin dieren zelf hun sociale leven kunnen organiseren”

Kijk, geniet en houd afstand

Aan het einde van onze wandeling staan de pony’s nog steeds rustig te grazen. Ze lijken nauwelijks onder de indruk van onze aanwezigheid. Dat is precies zoals het hoort. De Exmoors doen gewoon lekker hun eigen ding.

Marit heeft daarom een duidelijke boodschap aan bezoekers: houd afstand, voer de dieren niet en aai ze niet.

“Ze hebben dat appeltje helemaal niet nodig. Een Exmoor die gewend raakt aan mensen die hem voeren, kan opdringerig of tam worden. Dat is nou juist niet wat we willen. De dieren zijn nieuwsgierig, maar ze hebben mensen niet nodig. Ze hebben elkaar nodig, ruimte, voedsel en een landschap waarin ze hun eigen keuzes kunnen maken. En van dat oerlandschap kunnen wij dan op onze beurt weer lekker genieten.