Grote grazers in de winter
De winter is nu echt ingevallen en buiten kan het flink koud zijn. Runderen en paarden die het hele jaar buiten leven, zijn hier van nature goed op ingesteld. Ze bouwen in het najaar een dikke wintervacht en een vetlaag op die hen beschermen tegen kou, sneeuw en wind.
Ook passen ze hun gedrag aan: ze zoeken beschutting, staan dicht bij elkaar en bewegen minder om energie te besparen. Soms worden er ook in de winter kalfjes en veulens geboren. Ook zij kunnen verrassend goed tegen de kou. Ze staan kort na de geboorte op en krijgen direct voedzame biest van hun moeder. Bovendien worden winterjongen geboren met een extra dikke vacht.
Voedsel en vocht
De dieren verliezen zichtbaar gewicht in de winter. Dat is normaal en hoort bij de natuurlijke cyclus. Voedsel vinden ze meestal zelf. Ze schrapen sneeuw weg om bij gras te komen en eten in de winter ook vezelrijke twijgen en bast. Dit is een uitstekende aanvulling op hun dieet en precies wat ze nodig hebben. Bovendien zorgen de grazers door het schillen van bomen en het eten van takken voor meer variatie in het landschap en voorkomen ze dat gebieden dichtgroeien. Voor vocht kunnen de dieren sneeuw eten of zelf wakken in het ijs maken. Onze grote grazers zijn dus prima bestand tegen normale winterse omstandigheden.
Bij aanhoudende vorst of extreem winterweer houden we ze extra goed in de gaten. Waar nodig zorgen we voor toegang tot open water door het maken van wakken of bijvoeren, zodat de dieren gezond en sterk de winter doorkomen.




